Marie-Thérèse et les Pays-Bas autrichiens :
la souveraineté à distance

Maria Theresia, vorstin van de Oostenrijkse Nederlanden

Maria Theresia Walburga Amelia Christina von Habsburg (1717-1780), de oudste dochter van keizer Karel VI, regeerde bijna veertig jaar over een immens rijk. Hoewel de meeste van haar uitgestrekte grondgebieden zich over Midden-Europa uitstrekten, maakte de Oostenrijkse Nederlanden daar ook deel van uit. Maria Theresia was vorstin over onze regio's, die zij vanuit Wenen bestuurde. Zij werd er, meer dan dertig jaar lang, door haar schoonbroer Prins Karel van Lotharingen in de rol van Gouverneur-generaal bijgestaan. Ondanks een pijnlijke start, gekenmerkt door de Oostenrijkse Successieoorlog, bracht haar regeerperiode vrede en economisch herstel aan onze streken. Hervormingen werden ondernomen om de economie en de financiën beter te beheersen en de prerogatieven van de Staat te versterken ten koste van de Kerk, zoals met de oprichting van de eerste koninklijke colleges in 1773. Kunst en Wetenschap werden ook aangemoedigd: de Académies des Beaux-Arts profiteerden van haar bescherming en zij stichtte de Académie Impériale des Sciences et des Lettres à Bruxelles, in 1772.

Maria Theresia benoemde haar zoon, keizer Jozef II, tot mede-regent, in 1765, na de dood van haar echtgenoot, keizer Frans I Stefan, maar behield nog steeds de volledige controle over het bestuur zelf. In 1780 volgde Joseph II zijn moeder op en voerde belangrijke bestuurlijke hervormingen door, die de betrekkingen tussen Kerk en Staat in de Oostenrijkse Nederlanden beïnvloedden.

Maria Theresia, vorstin van de Oostenrijkse Nederlanden