Marie-Thérèse et les Pays-Bas autrichiens :
la souveraineté à distance

Vertegenwoordigers van de vorstin in de Oostenrijkse Nederlanden

De regering van de Oostenrijkse Nederlanden werd systematisch toevertrouwd aan de vertegenwoordiger van de vorstin, gekozen uit de leden van haar familie. Toen Maria Theresia haar vader opvolgde, Karel VI, werd de rol van Gouverneur-generaal in Brussel reeds sinds 1725 ingenomen door aartshertogin Maria Elisabeth, de zuster van de keizer. Na haar overlijden, in 1741, benoemde Maria Theresia haar eigen zwager Prins Karel van Lotharingen. Weerhouden door militaire gebeurtenissen, arriveerde de prins pas in 1744 maar kon er slechts een paar weken verblijven. Hij vertrouwde zijn jonge echtgenote, aartshertogin Maria Anna, jongere zus van Maria Theresia, de taken toe van gezagsdrager. Helaas stierf ze aan het einde van datzelfde jaar, na haar bevalling. Karel van Lotharingen keerde dan zelf terug naar de Oostenrijkse Nederlanden, in 1749, en belichaamde het gezag tot op zijn sterfbed, in Tervuren, op 4 juli 1780. Maria Theresia benoemde uiteindelijk haar eigen dochter, aartshertogin Maria Christina en haar echtgenoot, hertog Albert van Saxe-Teschen, voor deze belangrijke functie. De nieuwe Gouverneurs-generaal zouden echter niet vóór 1781 naar Brussel reizen, t.t.z. na het overleiden van Maria Theresia.

De dagelijkse belichaming van de macht van Maria Theresia berustte gedurende dertig jaar op haar zwager, Karel van Lotharingen, wiens eigen populariteit ten goede kwam aan de verre vorstin. Veel getuigenissen van deze manier van “regeren op afstand”, via de gouverneur-generaal, blijven goed bewaard in onze hoofdstad.

De beroemde Koninklijke Wijk van Brussel werd gebouwd in neoklassieke stijl, rond het plein waar een standbeeld van de gouverneur-generaal, in januari 1775, en in zijn aanwezigheid, werd ingehuldigd. Aartshertog Maximiliaan vertegenwoordigde er zijn keizerlijke moeder, Maria Theresia, betuigend van de erkenning van haar onbetwiste autoriteit op onze landen.

Vertegenwoordigers van de vorstin in de Oostenrijkse Nederlanden